Agrarisch Natuurbeheer Weststellingwerf

Oldetrijne – De resultaten van het afgelopen broedseizoen zijn bekend en verwerkt in het weidevogelmonitoringsrapport. Tijdens de bijeenkomst van Agrarisch Natuurbeheer Weststellingwerf op 4 februari in het dorpscentrum in Oldetrijne werden de resultaten van 2014 per mozaïek besproken en het beheer voor 2015 toegelicht. Er waren ruim vijftig belangstellenden. Voor deze jaarlijkse evaluaties worden alle agrariërs, leden van de vogelwacht, jagers en vertegenwoordigers van Staatsbosbeheer die betrokken zijn bij het weidevogelbeheer uitgenodigd.  Ook werd aandacht besteed aan het vervolg van het weidevogelbeheer per 2016. Er zijn acht gebieden in Weststellingwerf waar agrariërs in een collectief aan mozaïekbeheer doen. Zij proberen te zorgen dat er gedurende het voorjaar op elke moment voedsel, rust en bescherming voor de weidevogels beschikbaar is. De resultaten waren wisselend maar gemiddeld genomen laten de resultaten een lichte vooruitgang zien. Kijk voor meer informatie op: www.vanlweststellingwerf.nl Na deze evaluatie en het huishoudelijke gedeelte van de bijeenkomst trad gastspreker Nick van Eekeren op. Hij is werkzaam als senior onderzoeker agro-biodiversiteit bij het Louis Bolk Instituut en is betrokken bij de projecten ‘Goud van oud grasland’ en ‘Bodemveenweiden’. In deze projecten wordt een vergelijking gemaakt tussen ondergrondse en bovengrondse biodiversiteit van jong en oud grasland en veehouderij- en natuurpercelen. Naast grasproductie wordt ook het bodemleven van grasland inzichtelijk gemaakt.Aan de hand van onderzoeksresultaten besprak hij de rol van het bodemleven (o.a. regenwormen) in relatie tot weidevogels. Ook worden maatregelen voor behoud van bodemkwaliteit en biodiversiteit onder grasland gepresenteerd. Het bodemleven is direct een voedselbron voor weidevogels maar speelt ook indirect via botanische samenstelling een rol in de voedselvoorziening en bescherming van weidevogels. Een gezonde bodem is van belang voor een goede grasproductie, maar ook voor weidevogels. Hoe meer wormen, hoe beter, al moet het kleine snaveltje van de vogel er wel bij kunnen natuurlijk. De begrippen als pH waarden en structuurbederf zijn wel bekend, maar wie kent strooiselbewoners, bodembewoners en pendelaars? Het betreft drie groepen wormen afhankelijk van de diepte waar zij leven. Met name strooiselbewoners die in de bovenste 10 cm. zitten zijn van belang voor de vogels. Van Eekeren gaf aan hoe landgebruik, pH waarde, gewaskeuze en management die groep kan beïnvloeden. 
natuurbeheer.jpg
(Foto: Lenus van der Broek)